Laat ik, in navolging van de anderen, dan ook maar eens over mijn zondag vertellen. Hoe het was en hoe het had kunnen zijn. Want eigenlijk heb ik hem voor het grootste stuk doorslapen. Mag ook wel eens. Het was herfstig buiten, en gezellig zomers in bed. Je kent dat wel, zo’n typische zondag.
Door mijn gisteren is mijn vandaag wel nogal wazig. Ik sleepte me door een vergadering, ging lunchen met een vriend en zit nu wat achter de pc, maar de accu is echt wel bijna leeg.
Hoe komt dat nu allemaal? Wel, door een afscheidsfeestje op zaterdagavond. Dat, door het afscheid steeds maar uit te stellen, tot zondagmorgen heeft geduurd. Afscheid nemen is nooit leuk, dus waarom er geen feest van maken en telkens als het nadert er nog lekker stiekem een halfuurtje bij doen!?! En dan toch wel echt het allerlaatste pintje, je plakt er nog eens een kwartier bij, je gaat toch wel al zo een 26 keer “echt naar huis deze keer”. En dat ben je vijf minuten later alweer vergeten…En iedereen die met de gekste plannen afkomt om de nacht te rekken, die toch al zo kort was deze tijd van het jaar. Toen de zon opkwam zouden we gaan zwemmen. In het meer. Met zes vrienden. Nu is dat al wel meer gebeurd, maar dan was het ook wel wat warmer. Dus toch maar even realistisch zijn en dat uitstellen naar een andere keer.
Uiteindelijk zat om zeven uur ’s morgens, lang na zonsopgang, mijn ontbijttafel vol. (want ah ja, als het dan toch al ochtend is kan je evengoed al ontbijten. Dat spaart je tijd uit bij het opstaan en zo kan je dus langer slapen. De logica was ver zoek, maar toen klopte het allemaal!) In een mum van tijd toverde ik, nochtans geen keukenprinses, enkele prachtige omeletjes op tafel. Er werd een flesje rode wijn bij gekraakt, et voila: a very healthy breakfast
En zo vloeiden zater- en zondag stiekem in elkaar over. Het was ”de zevende dag” dat ons keihard terug in de realiteit smakte. We telden de dagen nog eens netjes na en inderdaad; het was zondag. We besloten dan toch maar te gaan slapen, om de komende werkweek al niet als een zombie te beginnen. Iedereen buitenwerken viel gelukkig nog mee. Buiten eentje. Hij.
Hij moet al zo’n 20 keer bij mij zijn blijven slapen, en toch blijft het altijd een onwennig gedoe totdat de kogel door de kerk is, de aap uit de mouw, en hij in mijn bed. Om dan als broer en zus bijna met de billetjes tegen elkaar aan te gaan liggen en glimlachend in te dommelen. Nu toch, want dat is ooit wel anders geweest. Er is ooit wel meer geweest, dan een hele tijd heel wat minder, en nu zijn we eindelijk op een punt gekomen dat we gewoon neutraal met elkaar kunnen omgaan. Daarom voelt het zo vertrouwd én spannend tegelijk om samen te slapen.
Samen slapen vind ik namelijk iets heel intiems. Ik kan het niet met iedereen. Zelfs sommigen van mijn vrienden of vriendinnen mogen niet naast me liggen. Toch zie ik ze allemaal even graag, ik kan echt niet uitleggen waarom het bij de ene wel en bij de andere niet lukt. Bij hem kan ik het wel. We konden het van in het begin al. Het lepeltjesliggen voelde als twee duploblokjes die perfect op elkaar passen. Ook al is hij groter, veel groter dan mij. Daarom pas ik er zo lekker in. Lepeltjesliggen doen we nu niet meer. Hij heeft namelijk een vriendinnetje dat nu wel voor een jaar aan de andere kant van de wereld zit, maar in mijn bed toch sterk genoeg aanwezig is.
En toch is het leuk om samen te slapen. Zijn mooie lichaam te zien als ik eventjes mijn ogen open tussen slapen en zweven, de vredige uitdrukking op zijn gezicht, zijn warmte te voelen op het constante ritme van zijn adem…Dit klinkt als een licht-erotische stationsroman, maar is allerminst zo bedoeld. Er hangt hier geen passie in de lucht. Niet meer. Het is vriendschappelijk billetjes-tegen-billetjes geworden. Maar mag ook daar eens lyrisch over gedaan worden?
Want zoals ik al zei is het iemand zo dichtbij laten komen dat het me meestal zenuwachtig maakt (als single die al een tijdje een volledig 2-mensen-bed ter hare beschikking heeft). Maar van hem word ik rustig. Zo erg rustig dat we tot vijf uur ’s avonds geslapen hebben. En om 17:30 voor de tweede keer die dag ontbeten.
“En wat heb je nu geleerd, spelende vrouw?” (wie dit kent moet van mijn generatie zijn):
*maandag is niet mijn favoriete weekdier
*ik, die voor velen doorga als de sterke onafhankelijke madam, wordt warempel goed gezind wanneer ik voor iemand appelsientjes kan persen en een eitje bakken.
Het leven kan zo simpel en zo skoone zijn.